ZORGVISIE
OLVP LAGERE SCHOOL

ZORGVISIE EN ZORGPLAN OLVP – SCHOOLJAAR 2025-2026

1. ZORGVISIE

Elk kind is uniek, ontwikkelt op zijn eigen tempo en heeft eigen talenten. Onze school wil bouwen aan een school voor iedereen, een school waar elk kind zichzelf kan en mag zijn.
Door een brede basiszorg te creëren in alle klassen willen we werken aan de ontplooiing van elke leerling. In samenwerking met ouders willen we elk kind begeleiden en ondersteunen zodat op het einde van de lagere school de eindtermen bereikt kunnen worden.

1.1. Onze visie

1.1.1 Welbevinden en betrokkenheid

Wanneer een kind zich goed en betrokken voelt in de klas, komt hij spontaan tot leren. We creëren een veilig klasklimaat waar alle kinderen zich goed en veilig voelen. Dankzij het leerplan ‘ZILL’ (Zin in leren, zin in leven) wordt er naast cultuurgebonden doelen ook nadrukkelijk gewerkt aan de persoonsgebonden ontwikkeling.

1.1.2 Hulpvraag staat centraal

Door een goede samenwerking met ouders, de kleuterschool, de verschillende leerjaren binnen de lagere school en het secundair onderwijs voelen we meteen mogelijke hulpvragen aan. Ook alle andere partners (logo’s, kinesisten, …) die betrokken zijn bij de ontwikkeling van het kind zijn belangrijk om het kind zo optimaal mogelijk te helpen.

1.1.3 Maximale ontplooiing van elk kind

De klasleerkracht staat centraal bij de maximale ontplooiing van elk kind. Hij/zij is verantwoordelijk voor het aanbieden van optimale leerkansen waarbij alle kinderen zich goed voelen. We denken hierbij vaak aan de schoolse, cultuurgebonden ontwikkeling maar we hebben ook heel wat aandacht voor de persoonsgebonden ontwikkeling en voor hun eigen interesses en talenten. De klasleerkracht wordt hierin ondersteund door het zorgteam en het CLB.

1.1.4 Nascholing van het schoolteam

Het schoolteam moet over voldoende deskundigheid beschikken om alle kinderen te kunnen begeleiden. Elke leerkracht krijgt elk jaar de kans om bijscholingen te volgen. De bijscholingen hebben tot doel om schoolbreed beleid en expertise aan te pakken en te ondersteunen. Ook nascholingen voor het hele team worden tijdens pedagogische studiedagen en na de schooluren georganiseerd.

Ook dit schooljaar wordt het KiVa- project verdergezet. Dit project focust op verbinding en positieve sociale relaties om op die manier pesten te minimaliseren. Er worden klasdoorbrekende activiteiten georganiseerd die werken aan de verbondenheid. Ook in de klas komt KiVa doorheen het schooljaar aan bod dankzij verschillende KiVa-lessen en opdrachten. De ouders worden bij dit project betrokken via digitale briefwisseling, een ouderavond en indien nodig gesprekken op school.

1.1.5 De zorg op school

We besteden heel wat aandacht aan de invulling van onze zorg en dit zowel voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben als voor kinderen die nood hebben aan extra uitdaging. Meer informatie hierover vind je in ons zorgplan (zie tweede deel van deze zorgvisie).
Elk leerjaar heeft enkele zorguren die ingevuld worden naar keuze van de klasleerkracht. De zorg wordt voornamelijk georganiseerd onder de vorm van co-teaching waarbij de zorgleerkracht mee in de klas komt. In uitzonderlijke gevallen wordt de zorg ook in kleine groep of individueel uit de klas georganiseerd. Naast klasgebonden zorg is er ook klasoverschrijdende zorg, bv leesgroepjes in het 1ste, 2de en 3de leerjaar, en spellinggroepjes in het 3de leerjaar.
De invulling van de zorguren is flexibel en te allen tijde aanpasbaar aan de noden.

In het kader van Gelijke Onderwijskansen en het M-decreet wordt op onze school ingezet op het verhogen van zelfstandigheid, zelfredzaamheid en het stimuleren van het probleemoplossend denken voor alle leerlingen. Op basis van het zorgcontinuüm worden de eerste 3 fases geïmplementeerd voor alle leerlingen die daar behoeft aan hebben. Hulpmiddelen worden voor alle leerlingen toegelaten die daar nood aan hebben, dit steeds in overleg met de leerkracht, de leerling, de ouders en eventueel het CLB.

1.1.6 Communicatie met ouders en externen

Communicatie met alle begeleiders van een kind is heel belangrijk. De ouders staan hierin centraal, want zij zijn de sleutelfiguren als het gaat over hun kind.
Twee keer per jaar worden er oudercontacten georganiseerd. Bij problemen of hulpvragen kan er ook beslist worden om tussentijdse gesprekken te organiseren.
Het CLB is onze partner en staat de ouders en de school bij.

De leersteuners van leersteuncentrum Expant ondersteunen kinderen met specifieke noden. Zij werken klasondersteunend en afhankelijk van de ondersteuningsnood van specifieke leerlingen wordt ook ingezet op individuele begeleiding. De leersteuners organiseren een drietal keer per jaar een overleg met alle begeleiders (school, ouders en andere externen) om een goede samenwerking te behouden en afspraken te maken in verband met de ondersteuning van het kind.

Het zorgcontinuüm

Fase 0: brede basiszorg (preventieve zorg)
Elke leerkracht is een zorgleerkracht.

De leerkracht onderzoekt de (specifieke) onderwijsbehoeften van de leerlingen. Hij doet dit onder andere door het lesgeven op zich, de nodige observaties, het afnemen van methodegeboden en leerlingvolgsysteem toetsen, ouder- en leerlinggesprekken,… en dit zowel op leerinhoudelijk als socio-emotioneel gebied.
De leerkracht werkt preventief en biedt zorg aan die nuttig is voor alle leerlingen. Die basiszorg is dan ook voor alle leerlingen hetzelfde. Belangrijk binnen deze preventieve, brede basiszorg zijn de aanwezigheid van een positief en veilig leerklimaat, het creëren van een krachtige leeromgeving, het nastreven van optimale ontwikkelingskansen, het verminderen van risicofactoren en het versterken van beschermende factoren.

Dankzij de brede basiszorg krijgen alle kinderen wat ze nodig hebben om zich te ontplooien en hun talenten en mogelijkheden te ontwikkelen.
Het doel van deze brede basiszorg en een goed uitgebouwde leeromgeving is dan ook om tegemoet te komen aan de onderwijsbehoeften van een diverse groep leerlingen binnen het gemeenschappelijk curriculum.
Wanneer de brede basiszorg niet meer volstaat, voorzien we extra begeleiding. Hiervoor baseren we ons op het wettelijk opgelegde zorgcontinuüm. De leerkracht meldt de leerling aan bij het zorgteam en stapt over naar Fase 1 (verhoogde zorg). Bij het organiseren van deze verhoogde zorg gaat de school altijd in overleg met ouders.

zorg

Fase 1: verhoogde zorg (blijft binnen de normale klascontext)

Een leerling heeft soms meer zorg nodig dan de brede basiszorg. De school beslist dan samen met de ouders en de leerling om over te stappen naar verhoogde zorg. Het zorgteam van de school bekijkt samen met de leerling, de ouders en de leerkracht(en) hoe de leerling op school extra zorg kan krijgen.
Er worden maatregelen aangeboden zodat de gestelde leerdoelen toch bereikt kunnen worden.
In deze fase voorziet de school in extra begeleiding in de vorm van (extra) differentiërende, remediërende, compenserende of dispenserende maatregelen.

We werken handelingsgericht via een planmatige aanpak. We onderzoeken en bespreken welke maatregelen de leerling nodig heeft (plannen), we passen de maatregelen toe binnen de normale klascontext (handelen) en gaan in een latere fase bekijken of deze maatregelen een positief effect hebben op de ontwikkeling van het kind (evalueren). De school gaat in deze fase handelingsgericht en flexibel om met het gemeenschappelijk curriculum. In fase 1 wordt de klasleerkracht ondersteund door het zorgteam. Externe ondersteuning van een leersteuner is niet nodig. De leden van het zorgteam houden in deze fase een brede kijk op het functioneren van de leerling.

Meer informatie over de REDICODIS (maatregelen in fase 1) kan je terugvinden op:
https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/ouders/ondersteuning-en-begeleiding/leren-met-een-beperking/in-het-gewoon-onderwijs/redelijke-aanpassingen
Bij een stagnerende of negatieve evolutie informeert de school het CLB.
Deze aanmelding kan de start zijn van Fase 2 (uitbreiding van zorg).

Fase 2: uitbreiding van zorg (speciale en bijzondere zorg: inbreng van externen)

Wanneer de extra zorg op school niet voldoende is voor de leerling of wanneer de school, de leerling of de ouders niet goed weten wat de leerling nodig heeft om te leren of zich goed te voelen, wordt met toestemming van de ouders het CLB ingeschakeld. Het CLB-team gaat na wat de leerling nodig heeft om te leren. Hiervoor werkt het CLB-team samen met de leerling, de ouders en de school.

Ouders en leerlingen kunnen ook rechtstreeks terecht bij het CLB. Het CLB-team bekijkt dan met de leerling en de ouders welke zorg nodig is.
In fase 2 proberen we een nog beter zicht te krijgen op het functioneren van een kind binnen zijn context. Samen met de leerling, de ouders, het schoolteam, CLB en eventueel andere begeleiders gaan we het aanbod beter afstemmen op de zorgvraag van de leerling.

In deze fase kan eventueel een leersteuner van een leersteuncentrum ingeschakeld worden. Dit kan enkel in samenspraak met ouders en de school na het opmaken van een GC (verslag voor het volgen van het gemeenschappelijk curriculum) door het CLB.

Binnen het gemeenschappelijk curriculum worden nu waar nodig redelijke aanpassingen voorzien. Individuele leerlingenbegeleiding door het CLB kan in fase 2 van uitbreiding van zorg verschillende vormen aannemen met:

– een handelingsgericht diagnostisch traject (HGD-traject)
– informatie- en adviesverstrekking zonder HGD-traject (bv. onderwijsloopbaanbegeleiding),
– kortdurende begeleiding
– samenwerking met een leersteuncentrum

Fase 3: overstap naar een school op maat of met een IAC (verslag voor het volgen van een individueel aangepast curriculum) in het gewoon onderwijs

Slechts een beperkt aantal leerlingen beschikt over een IAC-verslag, opgemaakt door het CLB. Deze leerlingen hebben de keuze om naar school te gaan binnen het gewoon onderwijs of de overstap te maken naar het buitengewoon onderwijs. Binnen het gewoon onderwijs volgen deze leerlingen een individueel aangepast curriculum (IAC)
Elk IAC is specifiek en op maat: voor deze leerling, met deze mogelijkheden, in deze context en met dit toekomstperspectief. Sommige IAC’s zullen erg nauw aansluiten bij het gemeenschappelijk curriculum, anderen zullen daar verder vanaf staan.
De meeste leerlingen met een IAC zullen wellicht niet in aanmerking komen voor een getuigschrift basisonderwijs.

Die leerlingen ontvangen:
– een schriftelijke motivering waarom de leerling het getuigschrift basisonderwijs niet behaalt, met inbegrip van bijzondere aandachtspunten voor de verdere schoolloopbaan
– een verklaring met vermelding van het aantal en soort gevolgde schooljaren lager onderwijs. Als je school toch de gelijkwaardigheid van de bereikte doelen aanvraagt aan de onderwijsinspectie, onderbouwt zij die vraag inhoudelijk.